De Informatie Maatschappij...
Sociologen hanteren vaak een simpele
onderverdeling van vier tijdperken in de ontwikkeling van menselijke
communicatie. Dit is gelijk aan het benoemen van vier 'revoluties'
in mogelijkheid om informatie uit te wisselen.
De ontwikkeling van de spraak is 2,4 miljoen jaar
geleden met homo habilis begonnen en zo'n 2.100.000 jaar
later door homo sapiens 'vervolmaakt'. Men is het er redelijk
over eens dat het ('alfabetische') schrift zo'n 3.500 jaar geleden
in Mesopotanië is begonnen, vooraf gegaan door vele manieren om met
tekens of tekeningen gedachten vast te leggen, zoals op Sumerische
kleitabletten van 3.500 VC. Vervolgens geven we Johann Gutenberg de
eer als uitvinder van de boekdrukkunst in 1.436 AD, amper 570 jaar
geleden.
De vierde 'revolutie', namelijk die van de
technologie, is feitelijk begonnen door het gebruik van
elektriciteit voor informatietransport, en wel in 1825 AD met de
uitvinding van de telegraaf door Samuel F.B. Morse. Dan volgt in
1875 de telefoon (Alexander G. Bell), in 1894 de radio (Guglielmo
Marconi), in 1923 de televisie (Vladimir Zworyskin). Vanaf 16
februari 1946, de datum van de lancering van de ENIAC (Electronic
Numerical Integrator and Computer), doet de computer zijn intrede in
deze vierde revolutie. Via ERMA (1953) en ALTO (1972) doet de
Personal Computer in 1975 zijn intrede. Netwerken (1962), Email
(1971), en het World Wide Web (1989) bieden tenslotte de
mogelijkheden die wij 'De Informatie Maatschappij' zijn gaan noemen.
De ontwikkelingen gaan ondertussen door, bijvoorbeeld in de richting
van 'personal mobile communication'... |
|
Maar dit is niet het hele verhaal:
#1 Allereerst is daar het ongenoemde maar
massieve terrein van de informatie en communicatie dat niet in één
van de vier 'hokjes' hiernaast te plaatsen is: alle intermenselijke
communicatie, en dus informatie, die 'non-verbaal' is.
In
een gesprek tussen twee mensen die elkaar 'face to face' spreken
vormen de woorden slechts 7% van de communicatie, de non-verbale
informatie is 93% (55% lichaamstaal en 38% intonatie). Zelfs bij een
telefoongesprek bevatten de woorden niet meer dan 14% van de
informatie en bevat de intonatie (dus) 86% van de informatie die
gecommuniceerd wordt.
#2 Het tweede punt is dat elke volgende
'revolutie' niet in de plaats van de voorgangers komt, maar
aanvullend daarop en meestal zelfs een versterking van de
'voorgangers' betekent, zoals het era van de boekdrukkunst
allereerst een versterking van voorganger het geschreven woord
betekent. Al te vaak wordt dit vergeten en wordt een
Informatie Architectuur opgevat alsof ICT-materiaal voldoende
is om (alle) informatie en communicatie te dekken... Technologie
komt nooit in de plaats van non-verbale, gesproken, geschreven,
'gedrukte' informatie en communicatie; het staat daar volledig
dienstbaar aan.
En
de vorm en context waarin informatie staat is mede bepalend voor de
perceptie van die informatie, net als alle andere 'non-verbale'
communicatie. Precies ook zoals de uitdrukking 'een plaatje zegt
meer dan duizend woorden' aangeeft.
"Door de hele geschiedenis van de menselijke soort heen zijn er vele
individuen geweest, zowel beroemd als onbekend, die belangrijke
bijdragen hebben geleverd aan het effectief maken van allerlei
vormen van communicatie, inclusief de spraak. Deze individuen zijn
de voorgangers van de informatie architecten van vandaag."
(Earl Morrogh, 'Information Architecture - An Emerging 21st Century
Profession', pagina 13) |
|