www.PaulJansen.eu - Informatie Architect - www.PaulJansen.eu

Home | Introductie | Digitale Architectuur | Presentaties | Links | Contact

 De kleren van de Architect | De Architect | Werkterrein | Alignment | Woud van Definities

What’s in a name?

Het nieuwe ‘toverberoep’ heet architect. Tot voor kort een beroep dat zich gedurende duizenden jaren slechts aan ‘gebouwen’ verbonden wist. En over de afgelopen paar honderd jaar beperkte de architect zich nog steeds tot de fysieke wereld, of dit nu steden, landschappen, stopera’s, binnenkanten van huizen of tuinen betrof. Maar vanaf het moment dat de term ‘global village’ op de virtuele wereld is toegepast, lonkten lieden uit de wereld van de Informatie en Communicatie Technologie naar die notabele aanduiding: architect.

Met een zekere regelmaat ontstaan zo veronderstelde nieuwe beroepen die zich echter schaamteloos blijken te bedienen van oude, soms openlijk gestolen, jasjes. Zo werden managers ooit alleen maar in de toneelwereld gevonden totdat, in een heuse hausse, de leidinggevenden van destijds ineens (ook) allemaal ‘manager’ moesten gaan heten. Inmiddels weten we niet beter en zijn we alweer voorzichtig aan de ‘terugweg’ begonnen en willen dat alle managers ‘leiders’ worden, en dus gaan doen zoals ze vroeger allemaal al heetten. De naamswijziging bracht blijkbaar niet wat we ervan hoopten.

En ook niet al te lang geleden werd een coach alleen maar in de sportwereld gevonden, toen in het onderwijs, en inmiddels breek je overal je nek over coaches en zitten we in het stadium dat we er hoekjes (afd. opleidingen) en gaatjes (competenties voor ‘managers’) voor aan het aanwijzen zijn…

Oude wijn in Nieuwe Zakken?

De onmogelijk snelle toename in aantallen van allerlei soorten virtuele architecten wordt wel als ‘plaag’ aangeduid, of als ‘hype’ zo u wilt. Ik ga niet uit van enige kwaadwillendheid van dienstige lieden die zich dan onterecht ‘architect’ zouden noemen. Er is immers zoveel onduidelijkheid dat hen het voordeel van de twijfel gegund moet worden, en dat in ieder geval zichzelf mogen gunnen. Ook wil ik niet beweren dat ik de waarheid in pacht heb, al zou dat niet onwaar zijn. Zeker heb ik een bepaalde visie én ik heb een broertje dood aan holle kretologie en versluierend taalgebruik: ik projecteer dan namelijk altijd economische motieven. Mijn bedoeling is om u wat simpele handvatten aan te reiken om het virtuele architecten-kaf van het -koren te scheiden.

Architect dus. Zeker is dat ‘Architect’ veel beter klinkt dan bijvoorbeeld ‘technisch systeembouwer’ net als ‘Intern Hygiënist’ meer cachet lijkt te hebben dan ‘schoonmaakster’. Zo liet ik de betegeling van mijn badkamer eens door een ‘architect’ van Bouwbedrijf Steunbeer v.o.f. offreren. Tuurlijk. Ik heb dus een architectonisch begrootte betegelde sopruimte. In zo’n geval is het ook meteen duidelijk: je kiest voor de mooiere naam. U kunt dan bezwaarloos in zee met die ‘architect’ want u weet immers wat erachter schuilt en dat beestje blijft het beestje ook al heet het ineens anders. En u kunt vanaf dan het veel chiquere “Ik zal het mijn architect vragen” hanteren terwijl uw buurman er nog even ‘door zijn tegelzetter naar laat kijken’, en dat is ook wat waard (zie de nieuwe tarieven).

Het Architecten-kaf

Dan rest ons de groep architecten die zich met die titel beweren te onderscheiden doordat ze juist iets nieuws, beters, anders dan al die bestaande beroepen en functieaanduidingen te bieden hebben. Iets wat er eerst niet was, maar nu (dankzij hen!) wel is: architectuur. Iets ook dat eerst niet nodig was, en nu wel, en daarom zijn zij er nu dus. En vanwege dat nieuwe bedienen zij zich schaamteloos van een millenniaoude beschermde titel: architect. Nou, het wordt al lekker vaag…

Ik stel voor dat we nu het proces van elimineren eens proberen. Toegepast: een verkoper van een bouwbedrijf die een betegelaanbieding in elkaar flanst is verkoper, en dus geen architect. Idem in het virtuele: zo’n architect kan alleen maar iets zijn dat niet al bestaat. Dus is, doet, levert hij niets dat al bestaat. Virtueel voorbeeldje? Een architect is dus geen ‘Business Process Engineer’, geen ‘Application (Platform) Developer’, geen ‘System Developer’ of ‘-Engineer’. Ook geen ‘Information Designer’ of ‘- Manager’ en doet geen van deze dingen. Die beestjes bestaan al, en de architect is/doet niets wat al bestaat of bekend is… of door u begrepen wordt J.

Een analogie: In de medische wereld komt het (be)handelen van specialisten op een bepaald moment in contact met een vakvreemd fenomeen dat als ‘de kwaliteit van het leven’ wordt aangeduid. Dan blijken ineens niet langer de specialist, zijn specifieke kennis over zijn object (hart, lever, longen,…) en het object zelf centraal te staan, maar neemt de beleving van de eigenaar resp. de gebruiker van het object de regie over. Ineens gaat het niet meer over de behandeling maar over hoe deze zich aan de patiënt voordoet in de brede context van zijn beleving. Per definitie zijn IT-ers ‘specialist’ en richten zij zich, net als medisch specialisten, op het object van hun specialisme. De enige context die zij van nature beleven is die van de techniek. Punt. Dat is hun kracht en zo moet het ook blijven. Het fenomeen van subjectieve beleving van kwaliteit staat mijlenver van de rationele denk- en belevingswereld van de techneut; subjectiviteit is per definitie de grootste vijand van technische vakbekwaamheid.

Ergo: daar waar technische vakbekwaamheid en techniekgedrevenheid centraal staan is geen sprake van architectuur. En laten we voor de (binaireJ) helderheid het grijs maar laten voor wat het is want ik spreek slechts over de enkelvoudigheid van wat centraal staat.

Het Architecten-koren

Dat elimineert wel lekker zeg, maar aan een terechte behoefte aan duidelijkheid over wat een architect nou wèl is komen we zo niet direct toe. Gelukkig biedt het kleine gezelschap ‘virtuele’ architecten dat na bovenstaande oefeningen is overgebleven mij de mogelijkheid om langzaam maar zeker te verklappen waarom dat nieuwe modewoord ’architect’ is, en niet ‘virtuele neuroloog’ of ‘e-stukadoor’ of ‘ict-visagist’. Het was namelijk juist de analogie tussen de van oudsher bekende architect en de nieuwe noodzaak/competentie combinatie die de grondleggers van deze nieuwe waarde tot diefstal van die aanduiding brachten.

Als u in een lift staat met een (echte) architect en u vraagt hem tijdens de reis tussen derde en zesde verdieping om u eens uit te leggen wat hij doet, dan zal hij u antwoorden: “Ik geef vorm, structuur en inhoud aan hoe ruimte zich voordoet in het gebruik”. Niet ‘gebouwen’, niet ‘tuinen’; ruimte! Hadden we die niet al dan? Moest dat waarvan we zeker weten dat het er al is dan nog ‘ontworpen’ worden? Alleen maar als de beleving van ruimte centraal staat: ‘zich voordoet in het gebruik’. En dat is zo bij de echte architect, en evenzo bij de ‘digitale’ architect. Het zijn vormen, structuren en inhoud, en hun beperkingen, die de middelen zijn om tot de optimale beleving te komen. Het spanningsveld zit precies dáár. De ware architect daagt de beperkingen van die middelen voortdurend uit om tot een ‘hogere’ beleving te komen. Dat is een hele kunst.

De Essentie van de Architect

Misschien wel de belangrijkste sleutel tot identificatie van ‘de ware architect’ is daarom de beschouwing van wat hij/zij centraal stelt. Is er bijvoorbeeld een virtuele analogie met ‘de kwaliteit van het leven’? En dan weer niet dat grijze (‘klantvriendelijkheid’… bah) maar echt centraal gesteld? Als vakgebied? Als kunst? Als wetenschap? Nou precies dus: dat is de analogie met de van oudsher bekende architect. De beleving van de mens (waarnemer, gebruiker) staat absoluut centraal bij de ware architect. Die beleving is uitgangspunt en eindbestemming van elke goede architect! En daar tussenin zit heel veel kennis over mogelijkheden en onmogelijkheden om die beleving voor elkaar te krijgen. Het unieke van de architect is dat hij een groot kunstenaarstalent heeft, gericht op de beleving van zijn kunstwerken, terwijl hij tevens grote kennis heeft van technische middelen (!) om die beleving in de realiteit van de virtuele wereld voor elkaar te krijgen, zonder dat die kennis ooit de overhand neemt en de techniek centraal komt te staan. 

Misschien zijn er wel zo bedroevend weinig(?) echte virtuele architecten omdat het inderdaad de vereniging in één persoon van haast onverenigbare talenten vergt: creativiteit én nuchterheid, vakmanschap én belevingsgerichtheid, rationele objectiviteit én emotionele subjectiviteit, wetenschap én kunst. Een goede virtuele architect lijkt op Leonardo da Vinci; op Gaudy, en dergelijke look-alikes zijn schaars… Hij is een wetenschappelijk kunstenaar (en dat is nog heel wat anders dan een kunstzinnig wetenschapper!).En ik noem het talenten omdat het een combinatie van competenties is die niet is aan te leren zonder de juiste, haast schizofrene neurologie en creatieve geldingsdrang, die slechts wordt getemperd door de zielsbehoefte anderen een kwalitatief hoge beleving te verschaffen. Nuchtere dromers, pragmatische idealisten. Schaars…

De Architect en zijn Missie

Nou, die schaarse kunstenaars van de digitale ruimte, die echte digitale architecten, houden zich dus bezig met hoe die digitale ruimte zich aan u en mij voordoet. Nu weet u waartoe het digitale architecten-koren op aarde is, maar u weet (nog) niet wat ze dan precies doen, en hoe. Waar gaat het dan precies over? Het mooie is dat ik daarvoor ruim 2000 jaar terug kan naar ene Vitruvius, de architect van Julius Caesar en Augustus, die toen (al) in zijn boek ‘Architectura’ kernachtig omschreef welke ‘belevingsfactoren’, of beter nog: ‘gebruiksaspecten van ruimte’, bepalend zijn voor hoe die ruimte zich voordoet in het gebruik. Een dus wat het werkterrein van de architect in essentie is. #1 Bruikbaarheid, uiteraard voor de gebruiker; #2 Duurzaamheid en ‘stevigheid’; #3 Prettig en aangenaam als beleving. Deze drie (resp. utilitas, firmitas en venustas) mag u van mij beschouwen als de kern van het werk van de ware architect, of zijn werkterrein nou virtueel is of niet.

En ja, natuurlijk houdt ook de digitale architect zich bezig met de (on)mogelijkheden van beschikbare materialen en bestaande structuren, vormen en inhoud. En zeker zal dat in een gezonde wisselwerking de uiteindelijke architectuur beïnvloeden, net als andersom trouwens! Daar hoeft u zich echter niet druk om te maken, want dat is de intellectuele ballast die de goede architect heeft en onderhoudt. Of moet u zich daar nou juist wél druk over maken?

De Architect en zijn Kennis

Typisch Nederlands ontspruiten her en der inmiddels ‘instituten’ die zich uw lot van argeloos digitaal onbenul op onbaatzuchtige wijze aantrekken en die daarom tot aanbieding van een gedegen opleiding voor, en zelfs register van, digitale architecten overgaan. Als dat beoogt goede digitale architecten te creëren is dunkt mij vermelding in zo’n register op zich al diskwalificerend. Wanneer het zich echter richt op de groei en begeleiding van natuurtalenten, van zeg maar ‘geboren digitale architecten’, dan hebben ze zelfs mijn zegen. Vooralsnog is ook daar het kaf uiterst moeilijk van het koren te scheiden. En zoals een opleiding Nederlandse Literatuur geen enkele garantie is om een grandioos schrijver op te leveren, terwijl talentvolle dichters vaak (maar soms ook: juist niet) talentvoller worden door diezelfde opleiding, zo relatief is ‘opleiding’ ook voor de digitale architect. Onthoudt u daarom vooral dat u meestal beter uit bent met een architectuurtalent zonder zo’n specialistische opleiding dan met een als zodanig opgeleid figuur zonder talent. En trouwens, als het aan de eerder genoemde Vitruvius ligt is de goede architect zowel geleerd schrijver als wiskundige, toegewijd filosoof, bekend met geschiedkundige stijlen, vertrouwd met muziek en met kennis van geneeskunst, onderlegd in de repliek van de rechtspraak en ook nog vertrouwd met astrologie en astronomie. Een curriculum dat ik nog in geen enkel instituut ben tegen gekomen.

Mijn wijs besluit.

Voor nu ben ik tevreden als ik u heb kunnen helpen om wat minder lichtvaardig over de digitale of virtuele architect te denken en wanneer u wat sceptischer bent tegenover mensen die zich wat al te makkelijk van deze termen bedienen. Misschien heb ik u meer geholpen om het kaf te elimineren dan om het koren te identificeren. Aanvullend kan ik u zeggen dat de juiste architect zich tevens onderscheidt doordat hij dit artikel niet alleen kent maar ook van harte onderschrijft!  

En verder blijft het natuurlijk zo, ook in het ‘nieuwe vakgebied’ van de digitale architectuur, dat de echte talenten in een vakgebied zich onderscheiden door zich te onderscheiden in hun vakgebied...

Amen.