What’s in a name?
Het nieuwe ‘toverberoep’ heet
architect. Tot voor kort een beroep dat zich gedurende duizenden
jaren slechts aan ‘gebouwen’ verbonden wist. En over de afgelopen
paar honderd jaar beperkte de architect zich nog steeds tot de
fysieke wereld, of dit nu steden, landschappen, stopera’s,
binnenkanten van huizen of tuinen betrof. Maar vanaf het moment dat
de term ‘global village’ op de virtuele
wereld is toegepast, lonkten lieden uit de wereld van de
Informatie en Communicatie Technologie naar die notabele aanduiding:
architect.
Met een zekere regelmaat
ontstaan zo veronderstelde nieuwe beroepen die zich echter
schaamteloos blijken te bedienen van oude, soms openlijk gestolen,
jasjes. Zo werden managers ooit alleen maar in de toneelwereld
gevonden totdat, in een heuse hausse, de leidinggevenden van
destijds ineens (ook) allemaal ‘manager’ moesten gaan heten.
Inmiddels weten we niet beter en zijn we alweer voorzichtig aan de
‘terugweg’ begonnen en willen dat alle managers ‘leiders’ worden, en
dus gaan doen zoals ze vroeger allemaal al heetten. De
naamswijziging bracht blijkbaar niet wat we ervan hoopten.
En ook niet al te lang geleden
werd een coach alleen maar in de sportwereld gevonden, toen in het
onderwijs, en inmiddels breek je overal je nek over coaches en
zitten we in het stadium dat we er hoekjes (afd. opleidingen) en
gaatjes (competenties voor ‘managers’) voor aan het aanwijzen zijn…
Oude wijn in Nieuwe Zakken?
De onmogelijk snelle toename in
aantallen van allerlei soorten virtuele architecten wordt wel als
‘plaag’ aangeduid, of als ‘hype’ zo u wilt. Ik ga niet uit van enige
kwaadwillendheid van dienstige lieden die zich dan onterecht
‘architect’ zouden noemen. Er is immers zoveel onduidelijkheid dat
hen het voordeel van de twijfel gegund moet worden, en dat in ieder
geval zichzelf mogen gunnen. Ook wil ik niet beweren dat ik de
waarheid in pacht heb, al zou dat niet onwaar zijn. Zeker heb ik een
bepaalde visie én ik heb een broertje dood aan holle kretologie en
versluierend taalgebruik: ik projecteer dan namelijk altijd
economische motieven. Mijn bedoeling is om u wat simpele handvatten
aan te reiken om het virtuele architecten-kaf van het -koren te
scheiden.
Architect dus. Zeker is
dat ‘Architect’ veel beter klinkt dan bijvoorbeeld ‘technisch
systeembouwer’ net als ‘Intern Hygiënist’ meer cachet lijkt te
hebben dan ‘schoonmaakster’. Zo liet ik de betegeling van mijn
badkamer eens door een ‘architect’ van Bouwbedrijf Steunbeer v.o.f.
offreren. Tuurlijk. Ik heb dus een architectonisch begrootte
betegelde sopruimte. In zo’n geval is het ook meteen duidelijk: je
kiest voor de mooiere naam. U kunt dan bezwaarloos in zee met die
‘architect’ want u weet immers wat erachter schuilt en dat beestje
blijft het beestje ook al heet het ineens anders. En u kunt vanaf
dan het veel chiquere “Ik zal het mijn architect vragen” hanteren
terwijl uw buurman er nog even ‘door zijn tegelzetter naar laat
kijken’, en dat is ook wat waard (zie de nieuwe tarieven).
Het Architecten-kaf
Dan rest ons de groep
architecten die zich met die titel beweren te onderscheiden doordat
ze juist iets nieuws, beters, anders dan al die bestaande beroepen
en functieaanduidingen te bieden hebben. Iets wat er eerst niet was,
maar nu (dankzij hen!) wel is: architectuur. Iets ook dat eerst niet
nodig was, en nu wel, en daarom zijn zij er nu dus. En vanwege dat
nieuwe bedienen zij zich schaamteloos van een millenniaoude
beschermde titel: architect. Nou, het wordt al lekker vaag…
Ik stel voor dat we nu het
proces van elimineren eens proberen. Toegepast: een verkoper van een
bouwbedrijf die een betegelaanbieding in elkaar flanst is verkoper,
en dus geen architect. Idem in het virtuele: zo’n architect kan
alleen maar iets zijn dat niet al bestaat. Dus is, doet, levert hij
niets dat al bestaat. Virtueel voorbeeldje? Een architect is dus
geen ‘Business Process Engineer’, geen ‘Application (Platform)
Developer’, geen ‘System Developer’ of ‘-Engineer’. Ook geen
‘Information Designer’ of ‘- Manager’ en doet geen van deze dingen.
Die beestjes bestaan al, en de architect is/doet niets wat al
bestaat of bekend is… of door u begrepen wordt
J.
Een analogie: In de medische
wereld komt het (be)handelen van specialisten op een bepaald moment
in contact met een vakvreemd fenomeen dat als ‘de kwaliteit van het
leven’ wordt aangeduid. Dan blijken ineens niet langer de
specialist, zijn specifieke kennis over zijn object (hart, lever,
longen,…) en het object zelf centraal te staan, maar neemt de
beleving van de eigenaar resp. de gebruiker van het object de regie
over. Ineens gaat het niet meer over de behandeling maar over hoe
deze zich aan de patiënt voordoet in de brede context van zijn
beleving. Per definitie zijn IT-ers ‘specialist’ en richten zij
zich, net als medisch specialisten, op het object van hun
specialisme. De enige context die zij van nature beleven is die van
de techniek. Punt. Dat is hun kracht en zo moet het ook blijven. Het
fenomeen van subjectieve beleving van kwaliteit staat mijlenver van
de rationele denk- en belevingswereld van de techneut;
subjectiviteit is per definitie de grootste vijand van technische
vakbekwaamheid.
Ergo: daar waar technische
vakbekwaamheid en techniekgedrevenheid centraal staan is geen sprake
van architectuur. En laten we voor de (binaireJ)
helderheid het grijs maar laten voor wat het is want ik spreek
slechts over de enkelvoudigheid van wat centraal staat.
Het Architecten-koren
Dat elimineert wel lekker zeg,
maar aan een terechte behoefte aan duidelijkheid over wat een
architect nou wèl is komen we zo niet direct toe. Gelukkig biedt het
kleine gezelschap ‘virtuele’ architecten dat na bovenstaande
oefeningen is overgebleven mij de mogelijkheid om langzaam maar
zeker te verklappen waarom dat nieuwe modewoord ’architect’ is, en
niet ‘virtuele neuroloog’ of ‘e-stukadoor’ of ‘ict-visagist’. Het
was namelijk juist de analogie tussen de van oudsher bekende
architect en de nieuwe noodzaak/competentie combinatie die de
grondleggers van deze nieuwe waarde tot diefstal van die aanduiding
brachten.
Als u in een lift staat met een
(echte) architect en u vraagt hem tijdens de reis tussen derde en
zesde verdieping om u eens uit te leggen wat hij doet, dan zal hij u
antwoorden: “Ik geef vorm, structuur en inhoud aan hoe ruimte zich
voordoet in het gebruik”. Niet ‘gebouwen’, niet ‘tuinen’; ruimte!
Hadden we die niet al dan? Moest dat waarvan we zeker weten dat het
er al is dan nog ‘ontworpen’ worden? Alleen maar als de beleving van
ruimte centraal staat: ‘zich voordoet in het gebruik’. En dat is zo
bij de echte architect, en evenzo bij de ‘digitale’ architect. Het
zijn vormen, structuren en inhoud, en hun beperkingen, die de
middelen zijn om tot de optimale beleving te komen. Het
spanningsveld zit precies dáár. De ware architect daagt de
beperkingen van die middelen voortdurend uit om tot een ‘hogere’
beleving te komen. Dat is een hele kunst.
De Essentie van de Architect
Misschien wel de belangrijkste
sleutel tot identificatie van ‘de ware architect’ is daarom de
beschouwing van wat hij/zij centraal stelt. Is er bijvoorbeeld een
virtuele analogie met ‘de kwaliteit van het leven’? En dan weer niet
dat grijze (‘klantvriendelijkheid’… bah) maar echt centraal gesteld?
Als vakgebied? Als kunst? Als wetenschap? Nou precies dus: dat is de
analogie met de van oudsher bekende architect. De beleving van de
mens (waarnemer, gebruiker) staat absoluut centraal bij de ware
architect. Die beleving is uitgangspunt en eindbestemming van elke
goede architect! En daar tussenin zit heel veel kennis over
mogelijkheden en onmogelijkheden om die beleving voor elkaar te
krijgen. Het unieke van de architect is dat hij een groot
kunstenaarstalent heeft, gericht op de beleving van zijn
kunstwerken, terwijl hij tevens grote kennis heeft van technische
middelen (!) om die beleving in de realiteit van de virtuele wereld
voor elkaar te krijgen, zonder dat die kennis ooit de overhand neemt
en de techniek centraal komt te staan.
Misschien zijn er wel zo
bedroevend weinig(?) echte virtuele architecten omdat het inderdaad
de vereniging in één persoon van haast onverenigbare talenten vergt:
creativiteit én nuchterheid, vakmanschap én belevingsgerichtheid,
rationele objectiviteit én emotionele subjectiviteit, wetenschap én
kunst. Een goede virtuele architect lijkt op Leonardo da Vinci; op
Gaudy, en dergelijke look-alikes zijn schaars… Hij is een
wetenschappelijk kunstenaar (en dat is nog heel wat anders dan een
kunstzinnig wetenschapper!).En ik noem het talenten omdat het een
combinatie van competenties is die niet is aan te leren zonder de
juiste, haast schizofrene neurologie en creatieve geldingsdrang, die
slechts wordt getemperd door de zielsbehoefte anderen een
kwalitatief hoge beleving te verschaffen. Nuchtere dromers,
pragmatische idealisten. Schaars…
De Architect en zijn Missie
Nou, die schaarse kunstenaars
van de digitale ruimte, die echte digitale architecten, houden zich
dus bezig met hoe die digitale ruimte zich aan u en mij voordoet. Nu
weet u waartoe het digitale architecten-koren op aarde is, maar u
weet (nog) niet wat ze dan precies doen, en hoe. Waar gaat het dan
precies over? Het mooie is dat ik daarvoor ruim 2000 jaar terug kan
naar ene Vitruvius, de architect van Julius Caesar en Augustus, die
toen (al) in zijn boek ‘Architectura’ kernachtig omschreef welke
‘belevingsfactoren’, of beter nog: ‘gebruiksaspecten van ruimte’,
bepalend zijn voor hoe die ruimte zich voordoet in het gebruik. Een
dus wat het werkterrein van de architect in essentie is. #1
Bruikbaarheid, uiteraard voor de gebruiker; #2 Duurzaamheid en
‘stevigheid’; #3 Prettig en aangenaam als beleving. Deze drie (resp.
utilitas, firmitas en venustas) mag u van mij beschouwen als de kern
van het werk van de ware architect, of zijn werkterrein nou virtueel
is of niet.
En ja, natuurlijk houdt ook de
digitale architect zich bezig met de (on)mogelijkheden van
beschikbare materialen en bestaande structuren, vormen en inhoud. En
zeker zal dat in een gezonde wisselwerking de uiteindelijke
architectuur beïnvloeden, net als andersom trouwens! Daar
hoeft u zich echter niet druk om te maken, want dat is de
intellectuele ballast die de goede architect heeft en onderhoudt. Of
moet u zich daar nou juist wél druk over maken?
De Architect en zijn Kennis
Typisch Nederlands ontspruiten
her en der inmiddels ‘instituten’ die zich uw lot van argeloos
digitaal onbenul op onbaatzuchtige wijze aantrekken en die daarom
tot aanbieding van een gedegen opleiding voor, en zelfs register
van, digitale architecten overgaan. Als dat beoogt goede digitale
architecten te creëren is dunkt mij vermelding in zo’n register op
zich al diskwalificerend. Wanneer het zich echter richt op de groei
en begeleiding van natuurtalenten, van zeg maar ‘geboren digitale
architecten’, dan hebben ze zelfs mijn zegen. Vooralsnog is ook daar
het kaf uiterst moeilijk van het koren te scheiden. En zoals een
opleiding Nederlandse Literatuur geen enkele garantie is om een
grandioos schrijver op te leveren, terwijl talentvolle dichters vaak
(maar soms ook: juist niet) talentvoller worden door diezelfde
opleiding, zo relatief is ‘opleiding’ ook voor de digitale
architect. Onthoudt u daarom vooral dat u meestal beter uit bent met
een architectuurtalent zonder zo’n specialistische opleiding dan met
een als zodanig opgeleid figuur zonder talent. En trouwens, als het
aan de eerder genoemde Vitruvius ligt is de goede architect zowel
geleerd schrijver als wiskundige, toegewijd filosoof, bekend met
geschiedkundige stijlen, vertrouwd met muziek en met kennis van
geneeskunst, onderlegd in de repliek van de rechtspraak en ook nog
vertrouwd met astrologie en astronomie. Een curriculum dat ik nog in
geen enkel instituut ben tegen gekomen.
Mijn
wijs besluit.
Voor nu ben ik tevreden als ik
u heb kunnen helpen om wat minder lichtvaardig over de digitale of
virtuele architect te denken en wanneer u wat sceptischer bent
tegenover mensen die zich wat al te makkelijk van deze termen
bedienen. Misschien heb ik u meer geholpen om het kaf te elimineren
dan om het koren te identificeren. Aanvullend kan ik u zeggen dat de
juiste architect zich tevens onderscheidt doordat hij dit artikel
niet alleen kent maar ook van harte onderschrijft!
En verder blijft het natuurlijk
zo, ook in het ‘nieuwe vakgebied’ van de digitale architectuur, dat
de echte talenten in een vakgebied zich onderscheiden door zich te
onderscheiden in hun vakgebied...
Amen. |